Het is overduidelijk; Nederland is officieel onbestuurbaar geworden.

Livia

Livia Guldie | Columnist & eindredacteur

Ze zijn eruit: we krijgen een minderheidskabinet. Vooraf waren er talloze discussies overde vraag of het nieuwe kabinet de verkiezingsuitslag wel voldoende zou weerspiegelen. 

Moest GroenLinks-PvdA er niet toch bij, omdat zij de vierde partij zijn geworden? Of juist JA21, omdat rechtse partijen dit jaar opnieuw zijn gegroeid in zetelaantal? Het is ingewikkeld.Op de een of andere manier lijkt dit oprecht de enige haalbare optie te zijn.

Er is namelijk een groot probleem wat Nederland onbestuurbaar maakt, dat opnieuw wordt bewezen door de recente afsplitsing binnen de PVV: we hebben simpelweg veel te veel partijen. 

Voorstanders zeggen dat iedereen zo vertegenwoordigdwordt: een ecologist, een sociaal-liberaal, een progressieve christen, of deboer; voor iedereen wat wils. Maar daar valt serieus aan te twijfelen. Om te beginnen ken ik veel mensen die zich nergens politiek thuis voelen.

Bovendien bestaan dieverschillende stromingen binnen ideologieën ook inlanden die niet zo extreem veel partijen hebben.

Neem de Democratische Partij in de Verenigde Staten; je hebteen Bernie Sanders, maar ookeen Gavin Newsom. Oké, de VS is misschien niet het bestevoorbeeld van een perfectedemocratie. Maar kijk ook naar het VK: binnen de liberalen, conservatieven en labour bestaan allerlei stromingen.

Binnen die partijen discussiëren die groepen met elkaar en komen ze gezamenlijk tot een constructief standpunt of verkiezingsprogramma. Nog eens een voorbeeld waar dat gebeurt: de EU. 

Voor de kiezer is het op deze manier ook duidelijk wat voorbeleid er ‘ongeveer’ uit zalkomen. Want eerlijk is eerlijk:geen enkele partij kan beloven dat het verkiezingsprogramma één-op-één zal worden uitgevoerd. Maar dat een liberale partij liberale keuzes zal maken, is wél een veilige aanname.

Bij ons splitsen meningsverschillen zich af tot nieuwe partijen, in Engeland worden ze uitgevochten binnen bestaande partijen. Dat levert minder ‘perfecte vertegenwoordiging’ op, maar wél meer bestuurbaarheid en tempo.

Labour: van socialistisch, sociaaledemocratisch tot centrum en licht conservatief (Starmer, Blair-vleugel).

Conservatives: one-nation Tories,Thatcherites, libertariërs, nationalisten, ook een harde Brexit-vleugel.

LibDems: sociaal-liberaal, klassiek-liberaal, progressief, pro-EU.

Als politieke junkie zijn al die partijen eerlijk gezegd best interessant – zeker nu, met de nieuwe groep Markuszower, is het spannend welke koers de partij gaat varen. Maar in principe is die versnippering superslecht voor het landsbelang. 

De interesse van veel mensen in de politiek neemt af, simpelwegomdat niet iedereen de tijd of de zin heeft om zich te verdiepenin de standpunten van alle partijen.Wat ook wel logisch is:veel partijen overlappen sterk in hun standpunten, terwijl andere juist vooral one-issuepartijenzijn of zeggen uitsluitend vooréén specifieke groep op te komen. 

Kortom; het wordt ongelofelijk onoverzichtelijk en heel vaag.

Veel verschillende partijen die elke groep vertegenwoordigenklinken mooi, maar werkt dat op dit moment eigenlijk wel? Naast dat het voor de oppositie negatieve effecten heeft;debatten voeren is zo ongeveer onmogelijk – wordt ook hetomgaan met de verkiezingsuitslag lastigwanneer geen enkele partij écht groot wordt.

Als niemand dominant is, kunnen er nauwelijks knopen worden doorgehakt. Niemand kan zeggen: oké, ik ben de grootste partij, dus we gaan deze kant op.

Kijk bijvoorbeeld naar Jetten: idealiter had hij Klaver aan zijn zijde gehad, maar met 26 zetels – zelfs gelijk met de PVV (toen nog) – heeft hij simpelweg niethet gezag om voor iedereen de koers te bepalen. Dat geldttrouwens net zo goed voor de VVD en het CDA. Zij lijken numisschien de grootste partijen, maar historisch gezien hebben beide partijen zelden zo weinig zetels gehad. Daardoor oogt dit minderheidskabinet ongemakkelijk.

Naast Engeland zijn er in Scandinavië voorbeelden van parlementen die realistisch en effectief functioneren, zelfs met een minderheidscoalitie, maar wel met een stuk minder partijen. 

Volgens kenners is vooral de blokvorming daar doorslaggevend, waarbij ook oppositiepartijen onderdeel kunnen zijn van een blok. Dat is een vast onderdeel van de Deense politieke cultuur en zorgt in de praktijk voor stabiele verhoudingen.

In Zweden bestonden traditioneel twee duidelijke blokken: links en rechts. Linkse partijen stemden vrijwel altijd met links mee, en rechtse partijen met rechts. Dat zorgde voor stabiele verhoudingen. Zelfs bij een minderheidskabinet was erdaardoor meestal voldoende steun. Op papier was er geen meerderheid, maar in de praktijk vaak wel.

Nederland kent zulke vaste blokken dan weer niet. Ook al hebben we heel veel partijen, is het alsnog; iedereen voor zichzelf.

Een oplossing ga ik nietverzinnen, dat is niet mijn taak.Maar een kiesdrempel;misschien een idee?

Hoe dan ook is het duidelijk dat ik me stoor aan de onbestuurbaarheid van ons land, terwijl ik het tegelijkertijd retespannend vind: dit minderheidskabinet zonder enig vertrouwen en die onconstructieve oppositie. 

Ook interessant: Luister onze politieke podcast!

Meer van Trias Politica? Check onze social mediakanalen!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *