Wat zijn de zogenaamde ‘banlieues’ en waarom vliegt hier steeds de vlam in de pan

Bobby Dolleman | Redacteur West-Europa

Wat zijn de zogenaamde ‘banlieues’ en waarom vliegt hier steeds de vlam in de pan?

Parijs, Lyon en Marseille, maar ook steden als Lille, Grenoble, Toulouse, Strasbourg, Bordeaux en Nantes, zijn Franse steden waar zich aan de randen zogenaamde ‘banlieues’ bevinden. ‘Banlieue’, wat buitenwijk of voorstad betekent, is vaak een wijk net buiten (Franse) steden. Het woord “banlieue” doet bij veel Nederlanders al snel de wenkbrauwen fronsen; het is een benaming voor randstedelijke wijken waarin armoede, geweld en (sociale) onvrede van alledag aanwezig zijn. Het zijn wijken waar veel onrust en instabiliteit heerst.

Voorbeelden van zulke wijken zijn Clichy-sous-Bois (Parijs), bijgenaamd “La ville oubliée de la République”. In deze wijk begonnen bijvoorbeeld de rellen in 2005 rondom Zyed en Bouna. Ook voor de wijk Les Minguettes (Vénissieux, nabij Lyon), waar de eerste ‘banlieue-rellen’ plaatsvonden tussen 1981 en 1983, geldt hetzelfde.

Oorspronkelijk zijn de banlieues opgericht om te voorzien in de vraag naar huisvesting tijdens de uittocht van het platteland (l’exode rural) in de 19e eeuw en kort na de Tweede Wereldoorlog, om zo migranten van het platteland te huisvesten. Door deze explosieve komst van nieuwkomers in de stad, werd men genoodzaakt om grote woontorens en wijken te bouwen.

Wederopbouw van Frankrijk

Net als Nederland lag Frankrijk na de Tweede Wereldoorlog in puin. Om het land en met name de economie weer op gang te krijgen, ontstond er grote vraag naar arbeidskrachten. Eerst vestigden zich groepen arbeidsmigranten vanuit Zuid-Europa in de banlieues. Vanaf de jaren ’50, ’60 en ’70 kwamen vooral arbeidskrachten vanuit de voormalige koloniën (Algerije, Marokko, Tunesië) naar dit gebied. De reden dat bewoners uit de zogenaamde ‘Maghreb’ hierheen kwamen was voornamelijk werkgerelateerd.

Décret n 76-383

Op 3 juli 1974 vaardigde Frankrijk een richtlijn uit waarin de legale immigratie van jonge werknemers uit de ‘Derde Wereld’ werd beperkt, in naam van de “nationale voorkeur” voor tewerkstelling. Dankzij deze regelgeving kwam er een eind aan de “noria” tussen land van herkomst en Frankrijk. Als gevolg eisten deze buitenlandse werknemers het recht om permanent met hun gezin in Frankrijk te wonen. Dit resulteerde in het ‘Décret n 76-383’ van 29 april 1976, dat voor het eerst legale gezinshereniging mogelijk maakte. Vanaf dat moment vestigden zich niet alleen werknemers uit de ‘Maghreb’ in Frankrijk, maar ook hun gezinsleden, vaak in wijken aan de rand van de stad, de banlieues.

Gevoelige wijken (Quartiers sensibles)

De ‘banlieues’ nemen een bijzondere positie in binnen de Franse samenleving. Veel Fransen beschouwen grote steden en hun buitenwijken als gevaarlijk, soms zelfs als “un autre monde” (een andere wereld). Deze gevoelige wijken worden geteisterd door extreme armoede: het armoedecijfer ligt er 27,8% hoger dan in de rest van Frankrijk (Statista, 2023) en het gemiddelde inkomen is 654 euro lager (Tristan Gaudiaut, Statista).

Overheidsmaatregelen zoals de “plans banlieues” hebben ondanks inspanningen weinig effect gehad. Het beleid is vaak inconsistent: in 2005 sprak Nicolas Sarkozy over het “schoonmaken” van de banlieues en richtte zich op veiligheid en repressie. Vanaf 2012 koos president François Hollande voor renovatie en werkgelegenheid. Dit inconsistente beleid leidt tot teleurstelling en wantrouwen richting de overheid, zichtbaar tijdens verkiezingen. In Clichy-sous-Bois stemde bijvoorbeeld slechts 1 op 20 inwoners bij de tweede ronde van de regionale verkiezingen (Franceinfo).

Ook de relatie met de politie is problematisch. Preventief fouilleren, etnische profilering en frequente controles zorgen voor gevoelens van ‘tweederangsburgerschap’. Mensen van kleur worden tot zes keer vaker gecontroleerd, Arabisch afkomstigen tot acht keer vaker (OSJI, “L’égalité trahie”, 2009). Dit creëert angst en vijandigheid, vooral onder jongeren, versterkt door incidenten zoals de dood van Nahel Merzouk op 27 juni 2023.

Vergelijking tussen banlieue en rest van Frankrijk

Sociale ongelijkheid

Naast economische ongelijkheid is er ook sociale ongelijkheid. Banlieues zijn gesegregeerd van welvarende stadsdelen zoals het centrum, gebaseerd op inkomen, opleidingsniveau en afkomst. Jongeren van lage sociale klasse stromen veel minder door naar het hoger onderwijs dan jongeren uit midden- of hogere klassen (MENESRDEPP). Concentratie van inwoners met Noord-Afrikaanse achtergrond versterkt de segregatie. Een gebrekkig openbaar vervoernetwerk versterkt de sociale isolatie, waardoor kansen beperkt blijven. Daarnaast is er discriminatie bij werkgelegenheid: afgestudeerden uit probleemwijken hebben aanzienlijk minder kans op een kaderfunctie (Observatoire National de la Politique de la Ville, 2016).

Drugsproblematiek

Drugsproblemen vormen een van de grootste uitdagingen in de banlieues. Beperkte kansen maken de drugsmarkt aantrekkelijk. Jongeren worden ingezet als uitkijkers, koeriers of dealers binnen georganiseerde bendes. Geweld, zware wapens en intimidatie zijn dagelijkse realiteit. Jongeren die willen stoppen met dit leven, worden vaak bedreigd, waardoor drugsbendes hun macht behouden. Een voorbeeld is ‘Les quartiers nord’ in Marseille, waar drugsgeweld aan de orde van de dag is.

Lappendeken aan problemen

De banlieues hebben een negatief imago opgebouwd door economische en sociale ongelijkheid, falend overheidsbeleid en criminaliteit. Wantrouwen richting overheid en politie leidt tot spanningen en geweld. De rellen in 2023 na de dood van Nahel tonen dat de banlieue een sociaal kruitvat blijft, dat elk moment kan ontploffen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *