Wat is feminisme?

Livia Guldie | Eindredacteur

Vereiste inleiding >

De officiële definitie van feminisme is simpelweg: Het streven naar een gelijkwaardige positie van vrouwen ten opzichte van mannen, simpel gezegd; gelijkheid tussen man en vrouw. Het is een politieke en filosofische stroming die draait om emancipatie.

Veel mensen zien feminisme echter als iets groters en vinden dat er veel aspecten mee verbonden zijn. Binnen het feminisme bestaan dan ook verschillende stromingen, maar de kern blijft hetzelfde: het bestrijden van ongelijkheid en discriminatie op basis van geslacht en het streven naar gelijke (machts)verhoudingen tussen mannen en vrouwen.

De laatste tijd is er weer meer aandacht voor de gelijkheid tussen man en vrouw door veel gevallen van femicide, ook wel vrouwenmoord genoemd. Maar het woord feminisme lijkt soms wel vermeden te worden. Hoe zit dat?

Feministische hoogte- en dieptepunten

Het begin van het feminisme gebeurde in fases. De eerste wortels lagen al in de Verlichting, eind 18e eeuw, maar pas eind 19e eeuw gebeurde er echt iets.

In Nederland begon de Eerste Feministische Golf rond 1870-1920. Een belangrijke vrouw was bijvoorbeeld Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke dokter. Het hoogtepunt was in 1919, toen vrouwen kiesrecht kregen.

Tijdens de Tweede Feministische Golf in de jaren ’60 lag de nadruk op gelijke kansen op werk, school en in relaties. Een bekende actiegroep die feminisme onder de aandacht bracht, was de Dolle Mina’s. Zij maakten het nieuwe feminisme bekend – met een wat agressievere aanpak – en brachten het bij de ‘gewone’ mensen thuis in de huiskamer.

In de jaren 70 van de vorige eeuw voerden de Dolle Mina’s allerlei acties uit, zoals het afzetten van de Amsterdamse openbare herentoiletten, het uitdelen van condooms aan vrouwen op de huishoudschool en het nafluiten van mannen op straat.

De Tweede Feministische Golf begon omdat vrouwen het zat waren alleen maar huisvrouw te zijn. Ook al waren ze sinds 1956 op papier wel financieel onafhankelijk, in de praktijk zaten ze nog vast aan hun man, het huishouden en de kinderen. Ze hadden weinig eigen leven en voelden zich vaak leeg, moe of somber.

Vrouwenemancipatie ging vanaf de jaren ’60 stap voor stap. In 1964 kwam de pil in Nederland en in 1984 maakte de Wet Afbreking Zwangerschap abortus officieel legaal.

Na de jaren ’80 kwam er kritiek op de Tweede Feministische Golf. Veel jonge vrouwen vonden ‘feminisme’ een vies woord, of vonden dat het vrouwen eerder slachtoffers maakten. Ze omarmden liever het commerciële idee van ‘Girl Power’, met focus op zelfbewustzijn, ambitie en individualisme.

Tegelijkertijd lieten diverse groepen van zich horen. Vooral zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen, lesbiennes en prostituees benadrukten dat feminisme te vaak vooral gericht was op witte, heteroseksuele vrouwen.

Vrouwenrechten werden dus stap voor stap genormaliseerd. Maar waarom praten we er dan nog steeds over?

Dat komt omdat veel mensen vinden dat de gelijke rechten tussen mannen vrouwen, en iedereen daarbuiten of tussen, nog niet ‘helemaal’ bestaan.

Wereldwijd is er nog steeds veel waar vrouwen mee te kampen hebben, ten opzichte van mannen; illegale abortussen, uithuwelijking en de traditie van vrouwelijke besnijdenis in bepaalde conservatieve landen. Sommige mensen vinden dat Nederlandse feministen zich daar meer op zouden moeten richten, maar ook in Nederland is ongelijkheid nog duidelijk aanwezig.

Zo zijn meisjes het veel beter gaan doen in het onderwijs, maar gelijkheid op de arbeidsmarkt is nog steeds ver te zoeken. Vrouwen werken nog steeds veel vaker parttime dan mannen, ook als er nog geen kinderen zijn. Hierdoor zijn vrouwen minder vaak volledig economisch zelfstandig. Seksueel geweld en intimidatie komen nog steeds veel voor, en er zijn nog steeds problemen zoals zwangerschapsdiscriminatie. Hoewel er steeds meer vrouwen hoge bestursfuncties hebben, is er wel nog een lagere vrouwelijke vertegenwoordiging in de politiek, en een oneerlijke verdeling van zorgtaken.

In 2025 is de actiegroep Dolle Mina’s opnieuw actief geworden, 55 jaar na hun eerste acties, omdat ongelijkheid nog steeds bestaat en sommige rechten niet meer zo vanzelfsprekend lijken. Tot op de dag van vandaag groeien ze weer in populariteit

Wat is de rol van feminisme in een tijd van conservatieve golf?

Vrouwenrechten worden, vooral vanuit een Westers perspectief, veel besproken omdat ze wereldwijd onder druk staan. De eerder geboekte vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid staat in sommige landen onder druk en dreigt teruggedraaid te worden. Uit een onderzoek van Plan International in 35 landen blijkt: “Meisjes en jonge vrouwen wereldwijd maken zich zorgen over de aantasting van hun vrouwenrechten en de opkomst van extreemrechtse bewegingen die de vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid ongedaan maken.”

Zo zei een deelnemer uit Jordanie: “De overheid misbruikt religie en familiewaarden als argumenten om onze rechten te onderdrukken.” – Remy (22)

Belangrijke bevindingen uit het onderzoek:

Een kwart van de vrouwenrechtenactivisten zegt doodsbedreigingen te hebben ontvangen vanwege hun werk en 58 procent zegt dat hun eigen regering achter de bedreigingen zat.

Conservatieve bewegingen verzetten zich tegen het gebruik van het woord ‘gender’ in wetgeving, uit angst dat dit invloed heeft op gezin en huwelijk.

Zwaarbevochten overwinningen op reproductieve rechten worden teruggedraaid in landen als Nicaragua, Polen en de Verenigde Staten. In Gambia is het nét gelukt dat het verbod op vrouwelijke genitale verminking bleef bestaan.

Wereldwijd kan bijna de helft van alle meisjes en vrouwen nog steeds niet zelfstandig beslissen over anticonceptie, gezondheidszorg of hun seksleven.

‘Het enige recht is het aanrecht’

In een tijd waarin conservatieve stromingen aan invloed winnen en vrouwenrechten, zoals het recht op abortus in bepaalde Amerikaanse staten, onder druk staan, verschuift ook de manier waarop sommige groepen naar vrouwenrechten kijken. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar bij de opkomst van de ‘tradwives’.

Tradwives – oftewel “traditional wives” – zijn vrouwen die ervoor kiezen een traditioneel leven te leiden: thuisblijven, huishouden doen, kinderen opvoeden, en hun man als het hoofd van het gezin zien. Ze zien dit als hun keuze, en gebruiken soms het idee van choice feminism om hun levensstijl te verdedigen: “Feminisme gaat toch over keuzevrijheid? Dus ik kies ervoor om me aan mijn man te onderwerpen.”

Hier zit een duidelijke spanning in: feminisme strijdt juist tegen de ondergeschikte rol van vrouwen, en pleit voor autonomie, gelijkheid en de vrijheid om een eigen pad te volgen. Tradwives gebruiken feministische taal, maar hun keuze draait om onderwerping en dienstbaarheid, iets waar feminisme historisch en principieel tegen ingaat.

De tradwife-beweging is ontstaan uit de manosphere, een groep vooral online actieve mannen die feminisme als een bedreiging zien. Vanuit daar ontstond de momosphere, een netwerk van vrouwen waarin traditioneel moederschap wordt geprezen. Het idee is conservatief en anti-feministisch: mannen leiden, vrouwen volgen, en het gezin is het centrale doel van een vrouwelijk leven.

De waarde van ‘trad-wives’ wordt gemeten aan hun schoonheid, hun zorg voor anderen, en hun rol binnen het gezin. De feministische filosoof Simone de Beauvoir is hier altijd kritisch op geweest: “Vrouwen worden historisch gedefinieerd in relatie tot mannen en niet als volwaardige, zelfstandige mensen.”

Hoe ver zijn we écht met gendergelijkheid in de Nederlandse politiek?

Op dit moment zitten er 54 vrouwen in de Tweede Kamer. Dat is nog steeds minder dan het aantal mannen, want de Kamer telt in totaal 150 leden. Toch is het aantal vrouwen tegenwoordig veel hoger dan een kwart eeuw geleden.

In 1917 werd al vastgelegd dat vrouwen verkiesbaar waren, nog voordat ze mochten stemmen. Een jaar later werd Suze Groeneweg (SDAP) als eerste vrouw in de Tweede Kamer gekozen, en tot 1921 bleef ze de enige.

De eerste vrouw die een vergadering van de Tweede Kamer voorzat, was Joke Stoffels-van Haaften (VVD) in 1959. En in 1998 kwam er voor het eerst een vrouwelijke voorzitter: Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA).

Alleen bij DENK en SGP zitten momenteel geen vrouwen.

In het Europese Parlement (2024–2029) is ongeveer 38,5% van de 720 zetels bezet door vrouwen, dus zo’n 277 vrouwelijke parlementsleden.

Dit is een lichte daling ten opzichte van de vorige zittingsperiode.

In Nederland steeg het aandeel vrouwelijke Europarlementariërs juist van 44% naar 48%, wat neerkomt op 15 van de 31 Nederlandse leden.

Wat doen Nederlandse partijen voor meer vrouwenrechten?

In Nederland is het lastig om feminisme aan politieke partijen te verbinden, er is namelijk geen echte ‘feministische partij’, maar sommige partijen zijn wel meer bezig met vrouwenrechten en emancipatie dan anderen. Overduidelijk hoort het feminisme meer thuis in de progressieve, dan de conservatieve hoek.

GroenLinks/PvdA en D66 hebben veel gemeenschappelijke punten: beide zetten in op gelijke kansen, actieve overheidsmaatregelen, en het dichten van de loonkloof. Ze willen quota in topfuncties en willen actief discriminatie bestrijden, inclusief intersectionele aspecten zoals etniciteit en seksuele geaardheid. Ook veilige abortuszorg en verbeterde vrouwengezondheid behoren bij hun speerpunten, net als het aanpakken van seksueel geweld en femicide.

Volt deelt grotendeels dezelfde doelen (gelijke beloning, minder discriminatie, betere vrouwengezondheid, toegankelijke abortus, aanpak van seksueel geweld/femicide en betere werk-zorgvoorzieningen), maar pakt het vaker aan via verplichte transparantie (rapportages over loonkloof/genderbalans), concrete gelijkheidsplannen.

VVD deelt ook doelen met D66 en PvdA/GroenLinks, zoals het aanpakken van arbeidsdiscriminatie, het verbeteren van vrouwengezondheid en het bestrijden van femicide. Daarentegen verschilt de VVD in aanpak, zo hebben ze minder nadruk op quota en meer op wetgeving en meldstructuren. Ook wil de VVD specifieke maatregelen zoals het verbieden van maagdenvlieshersteloperaties.

PvdD overlapt deels met D66 en PvdA/GroenLinks, met focus op genderloonkloof, vrouwengezondheid, abortus en het bestrijden van seksueel geweld en femicide. Ook zetten ze de nadruk op seksuele en genderdiversiteitseducatie.

SP benadrukt vooral quota en publieke voorzieningen, waardoor hun aanpak vergelijkbaar is met GroenLinks/PvdA in termen van structurele ondersteuning.

BBB heeft een meer beperkte focus: BBB richt zich op loonkloof en abortuspreventie.

PVV en FVD vallen op door vrijwel geen aandacht aan vrouwenemancipatie te besteden. DENK heeft ook weinig aandacht voor vrouwenrechten, al zijn ze wel voor meer onderzoek naar gezondheidsverschillen tussen verschillende groepen als het gaat om geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, afkomst en inkomensklasse

Vrouwenrechten in het geding

Maar wat zijn aspecten die vrouwenrechten- en emancipatie mogelijk ondermijnen? daar denken veel partijen anders over. Veel linkse partijen zien economische en structurele ongelijkheid als een groot gevaar voor vrouwenrechten. Ze wijzen op de loonkloof tussen mannen en vrouwen, beperkte toegang tot machtige posities, discriminatie op de arbeidsmarkt en zorgongelijkheid. Commerciële belangen, zoals marktwerking in de zorg, worden door PvdD, GroenLinks/PvdA en SP gezien als factoren die het welzijn van vrouwen ondermijnen. Daarnaast vormen onvoldoende publieke voorzieningen, zoals opvang en kinderopvang, extra obstakels voor gelijkwaardige participatie.

Een tweede belangrijke bedreiging ligt op het gebied van gezondheid, seksualiteit en reproductieve rechten. Partijen zoals D66, PvdA, VVD en GroenLinks zien beperkte toegang tot anticonceptie en abortus, evenals een conservatieve terugslag op deze rechten als risico’s. Seksueel geweld, straatintimidatie, femicide en onveilige openbare ruimtes vormen daarnaast een groot probleem volgens GL-PvdA, PvdD, VVD en NSC. ChristenUnie benoemt bovendien seksuele objectivering in de media als risico.

Ten slotte waarschuwen enkele partijen voor culturele en religieuze barrières. Veel partijen zien culturele en migratiegerelateerde factoren, zoals conservatieve religieuze invloeden en praktijken als een bedreiging voor de rechten van de vrouw. Rechts-populistische partijen zijn het meest expliciet: PVV waarschuwt geregeld dat (islamitische) invloeden de vrijheden van vrouwen ondermijnen. JA21 profileert zich eveneens kritisch over migratie en benadrukt dat Nederlandse waarden leidend moeten blijven. BBB maakt in haar programma duidelijk dat zij zorgen heeft over asielinstroom en “islamisering” in publieke instellingen, zo pleiten ook vele van deze partijen voor een boerkaverbod.

Ook meer centrum-rechtse partijen koppelen specifieke schadelijke praktijken aan culturele of religieuze achtergronden: de VVD benoemt gendergerelateerd geweld, genitale verminking en andere religieuze tradities als risico’s voor vrouwen en wil daar wettelijk tegen optreden.

Tegelijk is er nuance: veel partijen beperken zich tot het bestrijden van concrete, algehele schadelijke praktijken (gedwongen huwelijken, FGM, eergerelateerd geweld) zonder de islam als geheel te veroordelen.

Als het gaat om femicide, worden er sinds kort stappen gezet. D66, GroenLinks-PvdA en de VVD willen een nieuwe wet om vrouwen beter te beschermen tegen huiselijk geweld. Ze kijken naar Engeland, waar Clare’s Law al bestaat. Die wet geeft slachtoffers en mensen in hun omgeving het recht om bij de politie te checken of iemand een verleden van geweld heeft.

Hanneke van der Werf (D66) legt uit: “Vrouwen weten vaak niet dat hun partner eerder gewelddadig is geweest, terwijl daders vaak een geschiedenis hebben.” Clare’s Law is vernoemd naar Clare Wood, die in 2009 door haar partner werd vermoord, terwijl de politie al wist dat hij gevaarlijk was.

Meer van Trias Politica? Check onze podcast!

Meer van Trias Politica? Check onze social mediakanalen!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *